Van een hartinfarct of myocardinfarct is sprake als een deel van de hartspier (het myocard) afsterft doordat de bloedtoevoer naar dat deel is afgesneden. De oorzaak hiervan is meestal een bloedstolsel (trombus) of aderverkalking. Aderverkalking is als het ware 'dichtslibben' van de slagaders. Het ophopen van vetten in de wand van bloedvaten. Het bloedstolsel of het stukje plaque kan in de loop van een paar dagen oplossen, maar dan is meestal al onherstelbare schade aan de hartspier toegebracht.
Er zijn verschillende soorten hartinfarcten, afhankelijk van de plaats van het infarct en van het stuk hartspierweefsel dat door het infarct wordt getroffen. Afhankelijk van deze factoren kunnen de klachten, symptomen en complicaties van een hartinfarct verschillen. Met een electrocardiogram (ECG) of met behulp van echocardiografie kan de plaats van het infarct worden bepaald.
Het voornaamste verschijnsel van een hartinfarct is pijn op de borst, die soms wordt omschreven als een benauwend, beklemmend en zwaar gevoel. Deze pijn is vaak hevig, houdt dikwijls lang aan en kan uitstralen naar de keel, hals, armen, rug en de bovenkant van de buik. De meesten hebben last van ademnood. Daarnaast kunnen symptomen optreden als flauwvallen, zweten, een bleke huid, angstgevoelens, misselijkheid en braken. Het kan echter ook gebeuren dat een hartinfarct geen enkel verschijnsel met zich meebrengt, men spreekt dan van een ‘stil ‘ hartinfarct.
De diagnose van een acuut hartinfarct wordt in eerste instantie door een elektrocardiografie (ECG) bevestigd. Daarnaast meet men bepaalde stoffen in het bloed waarmee de omvang van en later het herstel na een infarct kunnen worden ingeschat.
In het ziekenhuis kan, als de afsluiting in de kransslagader nog niet zo lang bestaat dat de spierschade al onherstelbaar is, getracht worden het afgesloten bloedvat weer te openen. Dit doet men door het uitvoeren van een ballondilatatie (dotteren/ PTCA) in de acute fase in combinatie met het geven van bloedplaatjes remmende middelen. Vroeger werd een hartinfarct behandeld door het geven van zeer sterk werkende bloedplaatjes remmende middelen, trombolytica genoemd. Als hartritmestoornissen uitblijven of met succes kunnen worden bestreden en het spierverlies niet zo groot is dat de pompfunctie van het hart ernstig wordt aangetast, vindt genezing in de loop van enige weken plaats.
De complicaties van een hartinfarct zijn onder meer aritmieën (hartritmestoornissen), hartfalen en myocardruptuur (scheuren van het beschadigde deel van de hartspier). Een beschadigde hartwand kan ook gaan uitstulpen als het hart samentrekt. Er is dan sprake van een hartaneurysma. Verdere complicaties ontstaan als bloedstolsels vanuit het hart door de bloedstroom worden meegevoerd (embolisatie). Deze stolseltjes kunnen elders een bloedvat afsluiten, waardoor schade kan worden toegebracht aan andere organen, zoals de hersenen. Een hartinfarct is een ernstig gezondheidsrisico.
Na een hartinfarct is de kans op een tweede hartinfarct groter dan normaal. Dit verhoogde risico kan o.a. worden verlaagd (secundaire preventie) door gezond te leven en nabehandeling met medicijnen zoals een lage dosering acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium, bloeddrukverlagers, cholesterolverlagers, nitraten en/of anti-aritmica (o.a. bèta-blokkers).
Roken, diabetes mellitus, hoge bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte, het hebben van een naast familielid met hartklachten, overgewicht (met name buikomvang) en hoge leeftijd.